Tellocaties en hun koloniegrootte
De grafiek toont voor de drie telperiodes het aantal waarnemingen en de grootte van de waargenomen kolonie. Het eerste wat opvalt is dat het aantal tellers per telperiode gestaag afneemt. Terwijl men tijdens de eerste telperiode op 305 plaatsen telde, was dit tijdens de tweede periode nog maar op 199 locaties.
Het probleem dat er geen nultellingen geregistreerd werden tijdens de vorige jaren is dankzij de nieuwe inventarisatiemethode grotendeels van de baan. Tijdens de eerste telperiode nam men op 113 van de 305 plaatsen geen Huismussen waar. Tijdens de tweede telperiode op 83 van de 200 locaties en tijdens de derde telperiode op 85 van de 177. Hiernaast lijkt het erop dat er in het algemeen weinig grotere kolonies waargenomen worden.

