klmkj 

Een huismus wordt het vaakst verward met een ringmus. Mannelijke huismussen hebben een witte tot lichtgrijze wang, terwijl bij mannelijke en vrouwelijke ringmussen in het midden van de bleke wang een zwarte vlek ligt. Heggenmussen vertonen geen wit rond de kop. De heggenmus behoort zelfs helemaal niet tot de ‘mussenfamilie’. Ze zijn niet met elkaar verwant.

Een volwassen huismus is 14 tot 16 cm groot. De huismus oogt robuust door hun breed lichaam, nogal grote kop en dikke snavel.

Het verenkleed lijkt vaak vaal en ‘onverzorgd’. Gelijkenis tussen een mannetje en een vrouwtje is hun zwart gestreepte bruine mantel. 

In zithouding heeft de huismus een gedrongen houding met ingetrokken poten. Wanneer de huismus alert is, verdwijnt de gedrongen houding en wordt deze slank.

In vlucht toont het huismus onhandig en moeizaam door haar continu snorrende vleugelslagen.

Het eerste verenkleed van jonge vrouwtjes en mannetjes huismussen hebben een schutkleur, die gelijkt op het verenkleed van een volwassen vrouwtje. Vaak bevat hun eerste verenkleed nog donsveren.

De snavel bij juveniele huismussen heeft een zachte, gele rand. Na hun eerste najaar ruien de juveniele huismussen. In hun tweede verenkleed die daarop volgt zijn mannetjes en vrouwtjes goed te onderscheiden.

Het mannetje is te herkennen aan zijn inktzwarte bef. De bef is smaller en minder begrensd in de winter. Tijdens het broedseizoen staat de bef op z’n mooist. Hoe groter en zwarter de bef is tijdens het broedseizoen hoe aantrekkelijker hij is voor de vrouwtjes en hoe dominanter voor andere mannetjes. Ook zijn snavel wordt tijdens de zomer zwarter.

Naast zijn inktzwarte bef, heeft hij een zwart gestreepte bruine mantel die gelijkt op dat van de vrouwtjes. Hoewel de mantel bij de mannetjes iets grover getekend is. 

De leverbruine band op het achterhoofd loopt van oog tot oog. De kruin is grijs die uitloopt in kastanjebruine zijden. De halszijden zijn witachtig maar de wangen meestal vaal grijs.

Op de vleugels heeft het mannetje een brede witte streep.

Tijdens de rui (augustus-oktober) krijgen mannetjes een meer bruinbeige kleed, waarin beige veerranden hun zwarte bef en het bruin en grijs van hun kop verbergen.

De zwart gestreepte bruine mantel gelijkt op die van het mannetje, hoewel de mantel van het vrouwtje fijner gestreept is.

De borst- en buikstreek heeft een grauw bruinachtig witgrijze kleur.

Het vrouwtje heeft een duidelijke lichte vuilbeige wenkbrauwstreep.

Op de vleugels hebben de vrouwtjes een witte vleugelstreep, die minder opvallend is als bij de mannetjes.

Juveniele mannetjes huismussen gelijken op volwassen vrouwtjes, pas na hun eerste rui – tweede verenkleed – krijgen de mannetjes hun typische verenkleed.

Vrouwelijke juvenielen hebben in hun tweede verenkleed meer contrast zoals de wenkbrauwstreep.

Voor het mussentelweekend is het belangrijk dat de zang van de mannetjes huismussen geteld wordt.  

De huismus laat een grote verscheidenheid aan eenvoudige tsjilpende of kwetterende geluiden horen. Met een variatie afhankelijk van situatie en stemming. Er is een onderscheid tussen de roep en de zang van vogels, bijgevolg is dit onderscheid er ook bij de huismus.

De roep van de huismus is een helder tsjilp, tsjiep, tjirp en wordt gebruikt voor communicatie tussen twee individuen of binnen een groep in niet-sexuele situaties. Een roep kan verlengd worden tot een reeks maar in vergelijking met de zang ontbreekt een vaste lengte en volgorde. De roep wordt niet aangeleerd maar is aangeboren en genetisch bepaald. Soms wordt de roep van de Huismus wel eens verward met deze van de Grauwe Fitis.

 

Net zoals bij alle andere zangvogels wordt de zang van de huismus beïnvloed door de daglengte, de temperatuur en de hormonen en heeft de zang te maken met de voortplantingscyclus. De zang van de huismus is een mengeling van eenlettergrepige steeds wat variërende tsjilpende noten zoals bijvoorbeeld tsjilp tsjev tsjilp tsjelp tjjuurp. De zang kan naast genetisch bepaald te zijn ook tijdens het leven van een huismus aangeleerd worden en dus wijzigen.

 

 

Huismus_kenmerken_geslacht_350px

 

Vogelbescherming Vlaanderen, ABLLO vzw  en Universiteit Gent werken sinds 2002 samen aan een lange termijnonderzoek rond huismussen. Het jaarlijks huismussentelweekend speelt hierin een cruciale rol om voldoende gegevens te kunnen verzamelen.

De hoofdvraag die men stelt is ‘hoe is het mogelijk dat zo’n algemeen verspreide cultuurvogel er in slaagt erop achteruit te gaan?’

Aan de hand van de resultaten van het telweekend onderzoeken we volgende zaken:

  • De evolutie van het aantal huismussen in z’n totaliteit over Vlaanderen.
  • Verandering van de grootte van huismussenkolonies.
  • De verspreiding van huismussen over zowel stedelijke als rurale gebieden.
  • Verschillen in mussenpopulaties tussen stedelijk en rurale gebieden.

Het is van essentieel belang dat zo veel mogelijk mensen tellen tijdens het huismussentelweekend. Wij willen het ook weten als je geen huismussen hoort.

 

Huismussen in actie