Handleiding voor de punttellers
De inventarisatiemethode is hetzelfde voor een 1-puntteller en een 8-puntteller. Het enige verschil tussen beide is dat een 1-puntteller op één locatie gaat tellen en een 8-puntteller op acht tot twaalf locaties. Een locatie komt overeen met één punt. Er wordt geen traject afgelegd of een gebied uitgekamd.
Wanneer moet ik Huismussen tellen?
Eén broedseizoen bestaat uit drie periodes waarin je jouw locatie(s) bezoekt en tellingen uitvoert.
- Periode 1: 1 april - 30 april
- Periode 2: 15 mei - 15 juni
- Periode 3: 15 juni - 15 juli
Tijdens de eerste twee periodes tel je ’s morgens (tussen een half uur voor zonsopkomst en twee uur daarna) tijdens de derde periode tel je ’s avonds (tussen 19u en zonsondergang) de Huismussen.
Hoe tel ik de Huismussen?
- Per locatie tel je gedurende 5 minuten de tsjilpende huismusmannetjes die je op gehoorsafstand waarneemt.
- Je noteert het maximum aantal gelijktijdig zingende mannetjes.
- Opgelet! Tijdens de derde telperiode voer je een bijkomende telling uit. Naast het aantal tsjilpende mannetjes tel je ook het totaal aantal waargenomen Huismussen. (Dus de som van mannetjes, vrouwtjes en uitgevlogen jongen)
- De telgegevens voer je digitaal in op www.mussenwerkgroep.be onder jouw persoonlijke login.
